Instrumentaal




Blokfluit

Dat kun je toch zeker niet kiezen, dat heb je al gehad!
Toch wel!
De blokfluit is één grote familie. De meest gebruikte instrumenten uit deze familie zijn van klein naar groot: sopraan-, alt-, tenor- en basblokfluit.
De sopraan en alt worden veel gebruikt als solo instrument.
De tenor en bas zijn belangrijk in blokfluitensembles .
Als je ongeveer 9 of 10 jaar bent kun je altblokfluit leren spelen.
Voor dit instrument is veel muziek geschreven om alleen en samen te spelen met bijv. piano of gitaar.
Na twee jaar les kun je meespelen in een blokfluitgroep. Dan speel je klassieke, lichte en volksmuziek.
Zijn je handen groot genoeg dan vind je het misschien leuk ook tenor of bas te leren spelen.
Extra
Weet je wat ook kan? Nog één jaar sopraan (Winterswijk) of alt (Aalten, Lichtenvoorde) spelen als je eigenlijk niet kunt kiezen. Of als je naam op een wachtlijst staat voor een ander instrument of als je voor dat instrument te klein bent.
Je leert dan nieuwe liedjes, noten, ritmes, improvisatie en nog veel meer.
Daar heb je altijd voordeel van!

Trompet


De trompet is één van de hoogst klinkende koperen blaasinstrumenten met een heldere toon.
Om geluid uit een trompet (en andere koperblazers) te krijgen is het niet voldoende om krachteloos door de buis te blazen, je moet de lucht juist met enige kracht door de buis persen met behulp van lipspanning. Het geluid van de trompet wordt dan geproduceerd door het vibreren van de lippen tegen het komvormige mondstuk. 
Door het indrukken of loslaten van ventielen, kun je op dit instrument verschillende tonen maken.
Deze ventielen zorgen ervoor dat de de buis van het instrument verkort (hogere tonen) of verlengd (lagere tonen) kan worden.
Voordat de trompet ventielen kreeg (19e eeuw) kon je maar een beperkt aantal tonen spelen op dit instrument. De tonen waren alleen hoog en werden bereikt door het veranderen van de lipspanning en de perskracht waarmee de lucht door de buis werd geblazen.
De trompet wordt gebruikt bij allerlei soorten muziek, van Zuid-Amerikaanse ballads tot klassieke stukken, bij de fanfare en ook bij pop- en jazzmuziek.

Trombone


De trombone , ook wel bazuin(in de volksmond ook wel foutief: schuiftrompet genoemd), is een blaasinstrument en wordt tot het scherpe koper gerekend. Een trombone bestaat uit een lange en smalle, conische metalen buis, waaraan een u-vormige, uitschuifbare buis zit. Op die manier kan de bespeler de effectieve buislengte verkorten of verlengen, waarmee ook de toonhoogte verandert.
Het geluid ontstaat ter plaatse van het mondstuk. Hier wordt de lucht door liptrillingen in trilling gebracht en ontstaat een staande golf in de buis. Omdat in een gegeven buislengte meerdere gehele staande golven passen, is het mogelijk bij gelijkblijvende buislengte meerdere tonen te produceren (overblazen), de zogeheten boventonen: 1 golf met lengte X (de grondtoon), 2 golven met lengte 1/2 X (eerste boventoon>), 3 golven met lengte 1/3 X (tweede boventoon) enz.
In de verst uitgeschoven positie is de buislengte bijna anderhalf keer zo lang als in de meest ingeschoven stand. De geproduceerde grondtoon is daarmee een verminderde kwint. Eenmaal overblazen - door vergroten van de lipspanning, embouchure genoemd veroorzaakt een toon die een octaaf hoger is en dus de halve golflengte heeft. Nogmaals overblazen geeft 1/3 van de golflengte en een duodecime (octaaf plus kwint) hoger.
Vanuit de verst uitgeschoven stand met de schuif is de toon een verminderde kwint verlaagd, met overblazen kan een octaaf van deze toon verkregen worden; er ontbreekt echter de reine kwart in het onderste octaaf. Met een z.g. kwartventiel kan dat ’gat’ worden gedicht. Een kwartventiel schakelt een extra verlenging in waardoor de effectieve buislengte uiteindelijk bijna verdubbeld kan worden (de schuif meegerekend) en het interval een grote septiem omvat.
Door de schuif in te trekken ontstaat een staande golf met een kortere golflengte en wordt de toon hoger. Van alle mogelijke schuifposities worden er doorgaans 7 gebruikt die overeen komen met 7 opeenvolgende halve tonen. Alle tussenliggende posities worden vooral gebruikt voor glissandi.
De klank van de trombone is wat plechtig.
De familie van trombones bestaat uit de volgende varianten:

 

Waldhoorn


De waldhoorn is een van de oudste instrumenten.
Het is heel vroeger allemaal begonnen met de schelp en de hoorns van koeien en andere beesten. In de Afrikaanse landen gebruikten ze de slagtanden van olifanten en ze noemden die hoorns heel gebruikelijk de OLIFANT en al deze voorlopers vallen onder de grote en gezellige familie “HOORNS”.
Pas in de vroege middeleeuwen kreeg de hoorn een beetje de vorm zoals we haar vandaag de dag nog kennen en moeten daarbij denken aan de jachthoorn.
De jachthoorn is een lange conische buis met aan het begin een mondstuk en aan het eind breed uitgelopen en tot een beker gevormd. De jachthoorn is 1 à 2 meter lang en om haar goed te kunnen gebruiken hebben ze de hoorn opgerold tot een handzaam instrument.
De jachthoorn werd vroeger niet alleen gebruikt bij de jacht maar ook wanneer de postkoets naderde of als de slager of bakker in het dorp kwam en natuurlijk werd de hoorn ook gebruikt bij naderend gevaar.
Een paar eeuwen later kwam de natuurhoorn en dat is wederom het eerste koperen blaas-instrument waarmee men alle noten zowel kruizen als mollen mee kon spelen.
De moderne hoorn zoals we haar nu kennen ziet er net zo uit als die natuurhoorn alleen zitten er nu ventielen op.
De waldhoorn van nu is zo’n vier en een halve meter lang en heeft het grootste bereik van alle koperblaas instrumenten namelijk 4 tot 5 octaven. De hoorn is bijna in ieder orkest vertegenwoordigd en dat is mede te danken aan haar mooie ronde volle klank, de hoorn wordt niet voor niets  “de ziel van het orkest” genoemd.
De hoorn is te bespelen door iedereen die een beetje muzikaal talent en doorzettingsvermogen heeft, maar je moet al wel je melkgebit voor een groot mensen gebit hebben verruilt.

Klarinet


De klarinet behoort tot de blaasinstrumenten. De klarinet bestaat uit 5 onderdelen namelijk de beker, het onderstuk, het bovenstuk, het tonnetje en het mondstuk. Op het mondstuk zit een riet dat vastgehouden wordt met een rietenbinder. Dit alles kun je beschermen met een dop.

Er komt een toon uit de klarinet wanneer je lucht blaast tussen het mondstuk en het rietje. Hierdoor gaat het rietje trillen en zo ontstaat er een toon. Voor je klarinet gaat spelen is het belangrijk dat je boventanden gewisseld zijn en dat je voortanden evenlang zijn want hiermee moetje het mondstuk goed vast kunnen houden. Ook is het belangrijk dat je vingers lang genoeg zijn om alle kleppen in te drukken. De beste leeftijd om te beginnen is ongeveer 9 jaar.

Op een klarinet kun je een heleboel noten spelen van wel drie toonladders achter elkaar. Deze tonen hoef je gelukkig niet allemaal tegelijk te leren want anders haal je ze allemaal door elkaar, maar als je ongeveer 4 jaar les hebt gehad dan kun je de meeste noten wel spelen. Met de klarinet kun je in een harmonieorkest en in een symfonieorkest spelen. Ook is het natuurlijk leuk om met twee, drie of vier andere kinderen samen te spelen. Hiervoor is ook een heleboel muziek geschreven. Verder zou je nog in een dweilorkest(je) of in een jazzorkest(je) of bandje kunnen spelen.

Wist je dat ………………

-  De klarinet verschillende familieleden heeft zoals de as-, es-, bes-, a-, alt-, bas-, contra-alt- en de contra-bas klarinet?
-  Je hele lage tonen en hele hoge tonen op een klarinet kunt spelen?
-  Wanneer je vingers nog te klein zijn je ook op een es-klarinet kunt beginnen?
-  Een klarinet gemaakt is van hout maar dat er ook kunststof klarinetten bestaan?
-  De klarinet heel makkelijk meenemen is in een rugtas?
-  Je met een klarinet klassieke-, lichte-, jazz-, en volksmuziek kunt spelen?

 

Hobo


De hobo is een houten blaasinstrument met een rietje erop. Dat rietje maakt de hoboïst zelf. In het begin maakt de docent jou rietje, maar na een paar jaar kun jij dat ook.
Door op dat rietje te blazen gaan de twee rietbladen trillen. Dat kriebelt in ’t begin aan je lippen.
In harmonie en symfonie orkesten kunnen zo’n twee tot drie hobo’s meespelen. Vaak moet je dan een heel eigen melodie spelen. Denk niet dat je dus weinig met anderen samen kunt spelen. Er is erg veel muziek geschreven voor de hobo en één of meer andere instrumenten als piano, orgel en viool.
Weet je, de grepen van de hobo lijken op die van de blokfluit.
Je kunt dus al heel snel een liedje uit je map spelen.

Dwarsfluit


De naam zegt het al, de dwarsfluit houd je dwars.
Er zitten veel kleppen op dit instrument en je blaast er net zo op als op een flesje.
Om dwarsfluit te kunnen spelen moeten je armen lang genoeg zijn anders kun je niet met je vingers bij alle kleppen. Je hebt veel lucht nodig om er geluid uit te kunnen krijgen, dus je moet lang genoeg zijn en je kaken moeten goed staan.
De meeste kinderen  die met dwarsfluit beginnen zijn 9 à 10 jaar.
Ben je al wel zo oud maar toch te klein, dan kun je les krijgen op de dino-fluit. Dat is  een kleine dwarsfluit van hard papier. De dino-fluitles is een goede voorbereiding op de dwarsfluitles.
Als je op dwarsfluitles gaat leer je klassieke en lichte muziek spelen. Samen spelen kan in een harmonie-, fanfare- of symfonie orkest en in kleine groepjes met b.v. viool en piano.Wie weet mag je in het dwarsfluitorkest mee doen.

Accordeon


Een accordeon is een muziekinstrument en wordt vanwege de manier van geluidvoortbrenging tot de aërofonen gerekend. Op basis van de bespeling
is het een toetsinstrument.
Het instrument wordt accordeon genoemd vanwege de constructie van het mechaniek van de linkerhand.
Door een matrix van stangen en knoppen wordt een drietal tonen tegelijk geproduceerd, een akkoord.
De accordeon werkt volgens hetzelfde principe als een mondharmonica.


De lucht wordt hier echter aangevoerd door een balg. In de kast zitten de tongen die het geluid voortbrengen.
Het indrukken van een toets of knop laat de lucht langs één of meer tongen stromen waarbij het tongetje gaat trillen en het geluid ontstaat.
Een accordeon wordt vaak verward met andere instrumenten die gebaseerd zijn op het gebruik van doorslaande tongen, zoals de trekzak of harmonica,
de concertina en de bandoneon.
Een accordeon is echter niet wisseltonig; bij trekken en duwen wordt dezelfde toon geproduceerd.
Een accordeon wordt wel eens beschreven als buik-orgel.
Accordeons worden gemaakt met aan de rechterhand een pianoklavier (de klavieraccordeon) of met 3 tot 5 rijen knoppen (de knopaccordeon).
De baskant is voor de linkerhand van de accordeon.

Cello


De violoncello, kortweg cello genoemd is eigenlijk een basviool in staande positie.
Het instrument is zo groot, dat het niet meer onder de kin gehouden kan worden: het wordt tussen de knieën geplaatst, waarbij een uitschuifbare staartpen op de grond rust.
De cello wordt bespeeld met een strijkstok die korter is dan die van de viool. De klank is een octaaf  (8 tonen) lager dan de altviool.
In het symfonie-orkest speelt de cello een belangrijke rol. De ene keer wordt de baspartij gespeeld (samen met de contrabassen), een andere keer de melodie.
De cello heeft vooral een begeleidende rol in het orkest. De cello heeft een wat weemoedige klank.

Contrabas


Geschiedenis
De contrabas is het grootste instrument uit de familie van de strijkinstrumenten. In 1528 werd de term Contrabas voor het eerst als aanduiding voor de laagste strijkstem gebruikt en in 1585 werd in Padua (Italie) door Linarol voor het eerst een instrument in de huidige stemming gebouwd. De contrabas zoals we die nu kennen is ontstaan uit de gamba en de violone. Pas in 1782 ontstond de standaard viersnarige, in kwarten gestemde contrabas. Grappig is dat de contrabas ook nu in 1999 nog steeds niet helemaal is uitontwikkeld. Als je goed kijkt zie je nog grote verschillen tussen contrabassen. De contrabas wordt gemaakt van hout. De snaren waren vroeger van darm, maar nu meestal van metaal. Hij kan worden bespeeld met de vingers van de rechterhand (pizzicato) of met de strijkstok. De strijkstok is van hout met een beharing van paardenhaar. De contrabas wordt voornamelijk als begeleidingsinstrument gebruikt zowel in klassieke orkesten als in ensembles in vele andere muzieksoorten (Jazz, Rock en Roll enz.). Toch wordt er op de bas ook op virtuoze wijze melodisch gesoleerd. In de populaire muziek wordt de contrabas vaak versterkt middels een element. Een soort microfoon die moet worden aangesloten op een versterker.

Voor wie geschikt?
- Kinderen. Ook kinderen kunnen contrabas spelen! Er zijn instrumenten voor alle leeftijden. Op de muziekschool is een zogenaamde kwartbas beschikbaar. Hierop kun je vanaf een jaar of acht beginnen. Het is dus niet nodig dat een kind dat graag contrabas wil spelen eerst op een ander instrument moet beginnen. Een cello lijkt wel veel op een contrabas, maar is anders gestemd en gebruikt gedeeltelijk een andere notatie.
Dit maakt een latere overstap verwarrend.
Er is een kleine groep kinderen die zich aangetrokken voelt tot de prachtige volle lage tonen die een contrabas kan voortbrengen. Een contrabas is een heel fysiek instrument. Hij is ongeveer zo groot als je zelf, de laagste tonen voel je bijna meer dan dat je ze hoort en er moet flink op gewerkt worden. Het instrument vraagt niet alleen iets van je fijne motoriek, ook de grotere beweging moet worden aangewend.
Dit maakt het instrument geschikt voor de wat lichamelijker ingestelde kinderen. Het spreekt vanzelf dat het een voordeel is als je groot en sterk bent. Dit is echter geen absolute voorwaarde. Contrabas wordt tegenwoordig zowel door jongens als meisjes bespeeld. Ook in beroepsorkesten! Het leuke van contrabas spelen is dat je al heel snel kunt meespelen in diverse ensembles. Met weinig noten zijn al dankbare begeleidingen te spelen en vaak is er gebrek aan bassisten.
-Volwassenen. Voor (bijna) volgroeide mensen is het formaat van de doorsnee contrabas, de zogenaamde ¾ bas, geen enkel probleem. Veel mensen die op latere leeftijd contrabas gaan spelen hebben al een ander instrument bespeeld. Het is opvallend met hoeveel waardering er door mensen met enige muzikale (ensemble) ervaring over de contrabas gedacht wordt. Vroeger was het gebruikelijk dat je pas na je zestiende met contrabas begon. Tegenwoordig hoeft dit niet meer (zie boven). De contrabas is een goede keus als men een instrument zoekt om snel met anderen te kunnen musiceren, ook als men in zijn jeugd nooit tijd heeft gehad voor een muziekstudie. Het aanleren van de techniek gaat natuurlijk wel wat moeizamer na

Basgitaar


De basgitaar is een snaarinstrument (doorgaans vier-snarig) dat wordt gebruikt in lichte muziek. De stemming is E-A-D-G; gelijk aan de laagste vier snaren van een gewone gitaar maar dan een octaaf lager. Meestal wordt een basgitaar uitgevoerd met frets, maar fretloze basgitaren bestaan ook.

De meeste basgitaren zijn elektrisch, maar er zijn ook akoestische basgitaren gemaakt. Vanwege de (te) kleine klankkast is de akoestische basgitaar zonder versterking niet echt goed toe te passen. De klank lijkt wel meer op die van een pizzicato bespeelde contrabas.

De eerste elektrische basgitaar werd in 1936 gebouwd door Audiovox Manufacturing Company uit Seattle en was geen succes. In 1951 bracht Fender de Fender Precision Bass uit. Dit is de eerste in serie geproduceerde elektrische basgitaar. Ontwerper Leo Fender bedoelde het instrument als vervanging van de contrabas, die hij spottend hondenhok noemde. De Precision Bass was een enorm commercieel succes. Hij wordt nog steeds gebouwd, en heeft een grote invloed gehad op het ontstaan van rock en popmuziek, en op de ontwikkeling van met name de jazz.

Naast de traditionele basgitaren met vier snaren, die in de standaard stemming staan (E-A-D-G), komen ook vijf- en zelfs zessnarige basgitaren steeds vaker voor. Vijfsnarige basgitaren staan in B-E-A-D-G of in E-A-D-G-C gestemd. Zessnarige basgitaren zijn in B-E-A-D-G-C gestemd.

Zeven-, acht-, negen-, tien- en twaalfsnarige basgitaren zijn er ook, al worden deze meestal alleen op bestelling gebouwd. Naast het simpelweg toevoegen van extra snaren om een groter notenbereik te realiseren, is het ook mogelijk om, net als bij de twaalfsnarige gitaar, extra octaafsnaren direct naast de gewone snaren te plaatsen.

Fagot


De fagot is een houten blaasinstrument, waarvan de bespelers worden gerekend tot de houtblazers. Het instrument bestaat uit een lange (houten) buis met een licht conische boring. Vanwege de hanteerbaarheid is de buis ’dubbelgevouwen’. De klank van de fagot is uiterst karakteristiek: in de lage tonen enigszins grof en korrelig, in het middenregister gelijkend op die van de hoorn en in de hoogte nadert de toon die van de violoncello, altviool of menselijke tenorstem. Het eigenlijke mondstuk bestaat uit een dubbelriet, gevormd door twee licht gebogen rietbladen die met garen zijn bijeengebonden, met de rondingen naar buiten. Het dubbelriet wordt direct tussen de lippen van de fagottist genomen en door het aanblazen ervan komen beide rietbladen in trilling. Deze trilling wordt overgebracht op de lucht die wordt binnengeblazen en zo ontstaat er een geluidsgolf. De manier van aanblazen is van invloed op de klank en de geluidssterkte. Voor het voortbrengen van een kwalitatief goede toon is een ver ontwikkelde embouchure vereist. Indien een fagottist een slechte embouchure heeft, klinkt de fagot vaak houterig en nasaal. Topfagottisten kunnen echter een ongekend ronde, volle toon voortbrengen die uitstekend geschikt is voor lyrische en melancholische passages.

Gitaar


Gitaar spelen is heel erg leuk. Je kunt Rock en Swing spelen, maar ook mooie Spaanse muziek. 
Eigenlijk kun je heel veel soorten muziek op de gitaar spelen.

Je kunt de gitaar ook makkelijk in een hoes meenemen.
Als je nog niet zo groot bent, dan begin je meestal met een kleine Spaanse gitaar. Ook is er de elektrische gitaar, 
deze kennen jullie wel van de televisie. Deze gitaar is heel geschikt om Rock en Pop op te spelen.

Als je een aantal jaren les hebt gehad kun je in een bandje spelen. Je hebt dan nog wel een versterker nodig, anders hoor je niets.

Ook heb je een plectrum nodig om de snaren aan te slaan. Maar, we beginnen op een kleine Spaanse gitaar, waar we wat leuke dingen op gaan leren.

Dus, aan de slag

Keyboard


Keyboards is de verzamelnaam voor alle toetsinstrumenten die in de lichte muziek gebruikt worden.
Zoals bijvoorbeeld een (elektrische) piano, hammondorgel en een synthesizer of keyboard.
Het keyboard wordt vaak aangesloten op een computer om nog een mooier geluid te krijgen of om opnames te maken.
Op keyboards speel je lichte muziek, dit is muziek van deze tijd, liedjes die je nu op radio en televisie hoort bijvoorbeeld van Jamaï of Jim.
Dit kun je leren spelen in een band maar ook alleen. In de muzieklessen leer je ook nog eigen liedjes maken en spelen. Verder leer je behalve noten ook op gehoor bekende muziek na te spelen. En natuurlijk leer je ook samen te spelen met anderen.

Piano


De piano is een snaarinstrument uit de citer familie dat bespeeld wordt door middel van een klavier. De originele naam is eigenlijk pianoforte, wat letterlijk zacht, hard betekent, waarmee aangegeven werd dat er hard en zacht op te spelen was, iets dat bij de toenmalige klavecimbel (een van zijn voorlopers) niet mogelijk was.

Door het neerdrukken van een toets wordt een hamer tegen de snaren geslagen. Bij elke toets horen een of meerdere snaren. Als de toets niet ingedrukt is rust er een blokje vilt tegen de snaren, zodat het geluid wordt afgedempt. Verder heeft de piano doorgaans twee pedalen, één die het alle dempers van de snaren licht en één die alle hamers iets dichter bij de snaren brengt, waardoor bij een aanslag de toon zachter is.De piano heeft 88 of 85 toetsen, met een bereik A1-C8 of ’’A - c’’’’’ zeven octaven plus een terts.
Een vleugel is een piano waarbij de snaren niet vertikaal in de klankkast maar horizontaal zijn opgesteld.

Saxofoon


Wist je dat :

Adolf Sax in 1841 probeerde de klarinet nog mooier te laten klinken, hij toen de saxofoon uitvond.
De saxofoon familie uit zes instrumenten bestaat.
Die Sopranino-, sopraan-, alt-, tenor-, bariton en bas-saxofoon heten.
Je op de saxofoon klassiek-, lichte-, jazz en popmuziek kunt spelen.
De saxofoon ook bespeeld wordt in harmonie en fanfare orkesten.
Je dus op veel manieren samen muziek kunt maken als je dit instrument bespeeld.

Slagwerk




Slagwerk is een grote groep instrumenten, onderverdeeld in twee kleine groepen.

Gestemd slagwerk:
Melodie instrumenten zoals klokkenspel, xylofoon, vibrafoon, marimba, pauken.

Ongestemd slagwerk:
Hoofd instrumenten, kleine trom, verder ook bijv. grote trom en drums.

Ook op slagwerk kun je hard en zacht spelen en snel en langzaam.
Op het slagwerk kun je niet alleen ritme spelen, maar ook melodieën!

Ritmes speel je op het ongestemd slagwerk (kleine trom, grote trom en drums – woodblock, maracas, triangel enz.) Melodieën op het gestemd slagwerk (xylofoon, klokkenspel, vibrafoon, marimba, pauken). Samenspelen kun je in een harmonie- en fanfareorkest en een brassband. Ook in een symfonieorkest, bigband, drumband, popgroep, jazz-combo of gospelgroep zijn slagwerkers welkom.

Voor gestemd slagwerk of drums moet je wel groot genoeg zijn. Het klinkt wel zo leuk als je bij de pedalen van de grote trom en de hi-hat kunt komen.

Bariton


De ’’’baritontuba’’’ of kortweg ’’’bariton’’’ is het kleinere broertje van het eufonium. Hij staat gestemd in bes en heeft een iets scherpere en hogere klank dan het eufonium, die toch nog zacht is. Meestal heeft een bariton drie ventielen, hoewel er exemplaren zijn waar een vierde ventiel is bijgezet.

In een conventionele brassband zetelen twee baritons, een eerste bariton en een tweede bariton. De eerste bariton speelt af en toe solistische melodieën of tegenmelodieën en moet over het algemeen hogere noten spelen. De tweede bariton is eerder begeleidend en speelt vaak de lagere noten van de baritonpartij.

== Verschil tussen euphonium en bariton ==
De baritontuba en het eufonium lijken sterk op elkaar lijken maar zijn toch verschillend qua klank en functies.

Het verschil tussen bariton en eufonium zit hem in de vorm van het instrument: de bariton is cilindrisch opgebouwd, in tegenstelling tot het eufonium, die asymmetrisch is opgebouwd, zijn klankbeker helt uit naar rechts. De stembuis van de bariton kan in beide richtingen erin gestoken worden, terwijl die van het eufonium maar in één richting past wegens zijn verbredende vorm.

De bariton stamt af van de hoorn, terwijl het eufonium afstamt van de bastuba.

Bugel


De bugel of flugelhorn is een koperen blaasinstrument in Bes of C met drie ventielen, dat een belangrijk instrument is in fanfare-orkesten. De bugel heeft binnen de brass band een bijzondere status, maar een brass band heeft maar een bugel. De vorm van de bugel is met wat ruimere ronde bochten dan de trompet, waardoor de bugel een wat zachtere, warmere, rondere klank heeft. De bugel is uitgevonden door Adolphe Sax, dezelfde als de uitvinder van de saxofoon.

De bugel heet in het Frans "bugle", maar in het Engels "flugelhorn" en moet niet verward worden met de Engelse "bugle", wat een klaroen is.

Xylofoon


De concert xylofoon is een muziekinstrument behorend tot het gestemde slagwerk dat bestaat uit twee rijen toetsen, die zijn opgehangen aan een op een frame gespannen touw. Een rij voor de witte toetsen, als je vergelijkt met de piano, en een rij voor de zwarte. Onder iedere toets kan een resonator hangen om de grondtoon te versterken. Omdat de toonhoogte (onder andere) afhangt van de lengte van de toets zijn de laagste toetsen veel langer dan de hoogste (hetzelfde geldt voor de resonatoren)

De naam komt van het griekse xylos, dat ’hout’ betekent. Er zijn meer instrumenten die in de volksmond ’xylofoon’ worden genoemd:
·     Vibrafoon
·     Marimba
·     Glockenspiel of Metallofoon
·     Balofoon

Onder andere in het Orff-instrumentarium komt een verwant instrument voor dat van korte dunne metalen toetsen gebruikt maakt, meestal zonder resonator. Het wordt vaak ’xylofoon’ genoemd maar is eigenlijk een metallofoon.

De xylofoon wordt ook in een aantal klassieke stukken gebruikt zoals Danse macabre en Carnival des Animeaux van Camille Saint-Saëns. In een symfonie wordt de xylofoon voor het eerst gebruikt in Gustav Mahler’s Symfonie Nr. 6

Viool


Viool spelen is hééél moeilijk! Onzin. Het is niet moeilijker of makkelijker dan andere instrumenten.

Een viool zet je links onder de kin, eigenlijk een soort verlengstuk van je arm. Die arm moet je wel een beetje raar draaien om de viool vast te houden. In de rechterhand houd je de strijkstok. Aan die strijkstok zit paardehaar. Voor je gaat spelen moet dat haar wat stroef gemaakt worden met hars. Pas dan kun je de viool allerlei soorten klanken laten maken., hard-zacht-zingend-brommend.

Als je goed oefent kun je na een tijd in een ensemble spelen, dat is zoiets als een klein orkest. Op de viool kun je allerlei soorten muziek spelen. Klassieke muziek maar ook jazz en volksmuziek.

Eufonium


Een eufonium is een koperen blaasinstrument dat familie is van de bassen. Het eufonium stamt ook af van de bastuba. De bariton (een gelijksoortig instrument) daarentegen stamt af van de hoorn. Over het algemeen is het eufonium even groot of iets groter dan de bariton. Het euphonium heeft 3 tot 4 ventielen, de bariton altijd 3.

Strijkinstrumenten

Strijkinstrumenten heten strijkinstrumenten omdat je met de stok over de snaren strijkt. De leden van de strijkinstrumentenfamilie zijn de viool, de altviool, de cello en de contrabas. Hoe groter het instrument, hoe lager de klank. Alle strijkinstrumenten hebben 4 snaren, behalve de contrabas. Die heeft er soms wel 5 of 6!

Als je begint met het spelen van een strijkinstrument kun je al heel vlot wat liedjes spelen die je vast wel kent: Liesje heeft een lammetje, of Mieke hou je vast. Bij Boogie Woogie werken we veel met boeken waar een cd bij zit. Zo speel je nooit alleen!

Als we het toch over samenspelen hebben: met een strijkinstrument kun je op heel veel verschillende manieren samenspelen. Met z’n tweetjes (dat heet een duo), of met een strijkkwartet. Die bestaat uit 2 violen, een altviool en een cello. Als je van ieder heel veel neemt dan heet het een strijkorkest. Zet je bij een strijkorkest blazers, dan heet het een kamerorkest, of nog groter, symfonieorkest.

Ook kun je op je strijkinstrument heel veel soorten muziek spelen. Natuurlijk klassieke muziek, maar ook liedjes van school of A.M.V., volksmuziek, jazz en zelfs popmuziek.

Piccolo


De piccolo of kleine fluit is de - niet geheel correcte maar wel veelgebruikte - naam voor de sopranino-dwarsfluit en wordt evenals de dwarsfluit bespeeld door dwars over het mondstuk te blazen. De piccolo kent in principe dezelfde ’grepen’ als de dwarsfluit. De picollo heeft ook hetzelfde bereik in aantal tonen, maar dan elke noot een octaaf hoger dan de dwarsfluit. Beide instrumenten vallen onder de groep C-instrumenten.

Besbas


Dit is een voorbeeld van een bas-tuba, ook wel genoemd besbas